Zwart Water

geplaatst in: Biotopen | 1

Veel van de vissen die we in aquaria houden worden gevonden in zogenaamd ‘zwart water’, dat eigenlijk roodbruin gekleurd is. Typische soorten die in dergelijk water zijn bijvoorbeeld de prachtgourami’s (Parosphromenus), de soorten uit de Betta coccina-soortengroep en de verschillende chocoladegourami’s binnen de labyrintvissen. Als we het iets verder buiten ons specialisme zoeken komen we onder andere de welbekende kardinaaltetra, de dwergrasbora’s (Boraras) en de kegelvlekbarbelen nog tegen.

 

Wat alle zwartwatervissen gemeen hebben is het vermogen om te overleven in een extreme omgeving. Het water is namelijk uitermate zacht en mineraalarm, met een geleidbaarheid die soms niet meer dan 10 µS cm–1 bedraagt. Ter vergelijk: als het water uit een osmose-apparaat een geleidbaarheid van 20 µS cm–1 heeft doet dat apparaat het uitstekend. Dat water bevat dus twee keer zoveel geladen deeltjes als natuurlijk zwart water en het is nog steeds zó arm aan stoffen dat het ongezond is om het te drinken.

Daarnaast is het water typisch zuur, met een pH die kan dalen tot 3,5 in kleine watertjes, en in bijvoorbeeld het stroomgebied van de Rio Negro in Zuid-Amerika op veel plaatsen rond 4 ligt. Om je daar iets bij voor te stellen: dat is zo zuur als appelazijn.

 

De afgelopen decennia is steeds duidelijker geworden dat de vissen die leven in dergelijk water op verschillende aangepast zijn aan het opnemen van stoffen als natrium en calcium uit extreem zacht water. In veel gevallen gebruiken ze de zichtbaarste eigenschap van hun omgeving, de kleurstoffen die het water ‘zwart’ maken, juist om de opname van deze stoffen te verbeteren of om het weer ongewild teruglekken ervan te kunnen stoppen.

 

De grote organische moleculen die samengevat worden onder de ‘humeuze stoffen’ vallen uiteen in verschillende categorieën: ten eerste zijn er de tanninen, ofwel looizuren. Dat zijn stoffen die veel planten zelf aanmaken om zichzelf te beschermen tegen bijvoorbeeld schimmelinfecties, maar ook tegen vraat door dieren. Deze stoffen worden weleens verondersteld aan de basis te liggen van de volgende categorieën, de huminezuren en fulvinezuren, die ontstaan door afbraak van tanninen. Deze stoffen zijn verantwoordelijk voor veel van de bijzondere aanpassingen tussen de vissen en hun omgeving. Ze maken het water zuur en ze zijn in staat om metalen als calcium, natrium en kalium te binden. Ze reageren daarnaast ook direct met de membranen van de cellen die in de kieuwen de uitstroom van die belangrijke metalen regelen, waardoor die uitstroom verkleind wordt.

 

Met deze kennis mag het duidelijk zijn dat het houden van zwartwatervissen eigenlijk alleen écht goed kan als je ze niet alleen voorziet van heel zacht en zuur water, maar dat ook de humeuze stoffen niet mogen ontbreken. Ze zijn essentieel voor het welbevinden van de vissen op langere termijn.

 

Gelukkig weet iedere aquariaan die al een tijdje meedraait dat je met turf, al dan niet in een filter, water zacht, zuur en bruin kunt krijgen. Daarmee heb je de humine- en fulvinezuren al in het water. Tanninen zijn ook niet moeilijk te krijgen. Wij hebben bijvoorbeeld twee soorten elzenproppen, ieder met hun eigen vorm en grootte, geplukt van de boom en ontdaan van steeltjes en de vele diertjes die in de proppen leven.

https://www.bettaspride.nl/?product=elzenproppen-zwarte-els

https://www.bettaspride.nl/?product=elzenproppen-witte-els

 

Meer weten? Dat kan. Hier een paar artikeltjes.

Diverse Strategies for Ion Regulation in Fish Collected from the

Dissolved humic substances – ecological driving forces

Acclimation to humic substances prevents whole body

  1. Armin

    Hoi Arjan,
    Wat een schitterend en mooi artikel.
    Ik ben er heel blij mee!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *